Sudoku · klassiek

Negen tekens, negen blokken van drie op drie.

Dit is het formaat dat iedereen kent, en het formaat waarmee ik zelf begonnen ben. Ik heb er een rooster van mijn eigen generator uitgehaald, eentje dat je stap voor stap kan uitredeneren zonder ooit te moeten gokken. Klik een vakje aan en typ een cijfer, of gebruik de knoppen eronder.

Speel mee

Fouten toon ik pas als je erom vraagt. En als je vastzit, geef ik geen cijfer maar een reden.

Nog 56 vakjes te gaan.

25 gegeven cijfers · 9 rondes · moeilijkheidsgetal 482

Wat een gebied is

Er is maar één regel, en die luidt: In ieder gebied moeten de 9 tekens 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 staan. Een gebied is elke verzameling vakjes waarin elk teken juist één keer moet voorkomen. Dat zijn de negen rijen, de negen kolommen, en de negen blokken van drie op drie. Zevenentwintig gebieden dus, en verder niets — al de rest van het spel volgt daaruit.

Ik nummer de cellen volgens de gewone leesrichting. R3K5 is de vijfde cel op de derde rij. De blokken tel ik van links naar rechts en dan van boven naar onder, dus blok 4 is het linkerblok van de middelste band. Die namen gebruik ik ook in de tips hieronder, en een schermlezer krijgt ze bij elk vakje te horen.

Hoe de blokken lopen

De dikke lijnen zijn de blokgrenzen. Bij de klassieke variant vallen ze keurig samen met de vakjes van drie op drie; bij mijn eigen varianten kronkelen ze.

De structuur zit in de lijnen, niet in de kleur. Ik heb de vulling bewust bijna onzichtbaar gehouden: twee tinten die per blok wisselen, net genoeg om de banden te laten meelezen. Druk dit blad af in zwart-wit en er gaat niets verloren.

Dat is niet toevallig. Bij een paar van mijn eigen varianten — de krullen, de liggende en staande rechthoeken, de diagonalen — is de vulling wél het enige verschil tussen twee gebieden. Daar krijgt elke vulling ook een eigen arcering, en staat de naam van het gebied bij elk vakje in de tekst. Kleur mag helpen, ze mag nooit alleen dragen.

De twee redenen die ik gebruik

Als je op Geef me een tip drukt, krijg je geen cijfer maar een reden. Er zijn er maar twee, en samen volstaan ze voor dit rooster.

  1. In cel R3K7 kan slechts één teken.

    Ik loop de rij, de kolom en het blok van dat ene vakje af, streep weg wat er al staat, en er blijft er één over. Dit is de reden waar je zelf het snelst op komt.

  2. In kolom 4 kan de 7 maar op één plaats.

    Nu kijk ik omgekeerd: niet naar wat er in één vakje kan, maar naar waar in een heel gebied één bepaald teken nog terechtkan. Blijft er precies één plaats over, dan staat het vast — ook al kunnen er in dat vakje op zich nog vier cijfers.

Meer heb ik hier niet nodig. Deze puzzel valt in 9 rondes van zulke stappen uit te redeneren. Het getal 482 bij het bord is wat ik in mijn eigen programma de “geschatte tijd” noemde: geen minuten, wel een maat voor hoeveel criteria je moet afgaan. Vraag me nu nog niet wat criteria van niveau twee zijn — dat is voor een later project met veel moeilijkere sudoku's.

En nog iets. Dit rooster is door mijn generator gemaakt en door mijn eigen oplosser nagerekend: het heeft precies één oplossing. De kans dat ooit tevoren een mens of een computer net dit raadsel maakte, is kleiner dan één op duizend miljard. Je bent hier vrijwel zeker de eerste.

Wat je hier doet — eerst kijken wat er nog kán, en dan pas wat er moet — is precies wat een wiskundevraagstuk van je vraagt. Aan mijn keukentafel in Destelbergen ga ik met een leerling op dezelfde manier te werk: uitzoeken wat vastligt voor we beginnen te rekenen. Loopt het bij jou of bij je kind vast, dan hoor ik dat graag.

Neem contact op