Sudoku's

Achttien roosters, allemaal van mezelf.

Ik heb jarenlang zelf sudoku's getekend, met andere gebieden dan de gewone blokken van drie op drie. Er is maar één regel, en die geldt overal: in ieder gebied moet elk teken juist één keer staan. Wat een gebied is, bepaal ik.

Elke puzzel hieronder is door mijn eigen generator gemaakt en nagerekend op precies één oplossing. Los je er één op, dan mag je er vrijwel zeker van zijn dat niemand vóór jou hetzelfde raadsel heeft opgelost.

Ze staan van klein naar groot, en binnen elk formaat van regelmatig naar grillig. Begin dus bovenaan als je het spel nog moet leren, en onderaan als je wil weten hoe ver ik gegaan ben.

De namen en de uitleg hieronder staan ook in het Engels en het Frans; de speelpagina's zelf zijn voorlopig alleen Nederlandstalig, want het bord noemt elk gebied bij naam en die namen heb ik nog niet vertaald.

  • Vier tekens

    Formaat: 4 × 4 Tekens: + X 0 =

    Zestien vakjes, vier tekens, en die tekens zijn geen cijfers: +, X, 0 en =. Aan de regel verandert dat niets — in elke rij, elke kolom en elk blok van twee op twee moet elk teken juist één keer staan. Dat de tekens niets betekenen is precies de bedoeling: je telt hier niet, je sluit uit. Het is het kleinste rooster dat ik gemaakt heb, en het snelste om het spel aan iemand uit te leggen.

  • Rond een kruis

    Formaat: 5 × 5 Tekens: A B C D E

    Vijf bij vijf, met de letters A tot E in plaats van cijfers. De vijf gebieden zijn geen vierkanten: midden in het rooster ligt een kruis van vijf vakjes, en de vier andere gebieden vouwen zich er in de hoeken tegenaan. Let vooral op de vakjes waar een hoekgebied het kruis raakt — daar liggen bijna altijd de eerste zetten. Wie blokken van drie op drie gewend is, moet hier even opnieuw leren kijken.

  • Zes in blokken

    Formaat: 6 × 6 Tekens: 1 2 3 4 5 6

    Zes tekens, en de blokken zijn geen vierkanten meer maar rechthoeken van drie breed en twee hoog. Er passen er zes in het rooster: twee naast elkaar, drie boven elkaar. Verder verandert er niets — rij, kolom, rechthoek, elk teken juist één keer. Dit is het kleinste formaat waarin je het echte sudokugevoel al hebt.

  • Zes met diagonalen

    Formaat: 6 × 6 Tekens: 1 2 3 4 5 6

    Hetzelfde rooster als de zes in blokken, met twee gebieden erbij: de beide diagonalen van hoek tot hoek. Ook op elke diagonaal moet elk cijfer juist één keer staan. Dat zijn twee voorwaarden extra op twaalf vakjes, en dat merk je meteen: de vier hoeken en het midden liggen veel sneller vast dan je gewend bent. De diagonalen hebben een eigen vulling én een eigen arcering gekregen, want kleur alleen is geen informatie.

  • Zes, liggend en staand

    Formaat: 6 × 6 Tekens: 1 2 3 4 5 6

    Hier liggen twee verdelingen over elkaar heen. Elk teken moet juist één keer staan in de zwart omrande rechthoek van drie breed en twee hoog, én juist één keer in de gekleurde rechthoek van twee breed en drie hoog. Elk vakje hoort dus bij twee rechthoeken tegelijk, en die twee overlappen elkaar maar half. Het rooster is klein; het uitsluiten is dat niet.

  • Zeven zitjes

    Formaat: 7 × 7 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7

    Zeven bij zeven, en de zeven gebieden zijn grillige vormen die in elkaar haken; geen ervan is een rechthoek. Ik noemde dit formaat ooit “zeven zevens zoeken zelden zomaar zeven zitjes”, en die naam zegt genoeg over hoe ze passen. Volg hier de dikke lijnen en niet je gewoonte: gebied 4 loopt van de tweede rij tot de zesde en is op vier van die vijf rijen maar één vakje breed. Rij, kolom en gebied blijven de enige drie regels.

  • T en T en U

    Formaat: 7 × 7 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7

    Ook zeven bij zeven, maar nu heb ik de gebieden zelf getekend: twee liggen als een T over het rooster, één als een U, en de vier andere dichten de gaten in de hoeken. Elk gebied telt zeven vakjes, want dat moet. De twee T's zijn het handigst om mee te beginnen: hun balk beslaat vijf van de zeven vakjes van één rij, en hun steel hangt daar met twee vakjes onder in dezelfde kolom. Zoveel vakjes van één gebied in één rij, dat sluit meteen veel uit.

  • Molenwieken

    Formaat: 8 × 8 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8

    Acht bij acht, verdeeld in acht rechthoeken van vier op twee. Vier ervan liggen en vier staan, en samen draaien ze als de wieken van een molen rond het midden van het rooster. Elke rechthoek draagt de acht tekens, net als elke rij en elke kolom. Waar een liggende en een staande wiek tegen elkaar aan schuiven, kan je meestal het snelst iets uitsluiten.

  • Dubbele rechthoeken

    Formaat: 8 × 8 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8

    Acht bij acht, en net als bij de zes liggen hier twee verdelingen over elkaar heen. Elk teken moet juist één keer staan in de zwart omrande liggende rechthoek van vier breed en twee hoog, en juist één keer in de gekleurde staande rechthoek van twee breed en vier hoog. Dat zijn zestien rechthoeken bovenop de rijen en de kolommen: van alles wat ik gemaakt heb is dit het dichtst dooraderde rooster. Ga traag, want één fout plant zich hier langs twee wegen tegelijk voort.

  • Klassiek

    Formaat: 9 × 9 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

    Het formaat dat iedereen kent: negen tekens, negen blokken van drie op drie, en verder alleen de rijen en de kolommen. Zevenentwintig gebieden, meer is er niet — al de rest van het spel volgt daaruit. Dit is het rooster waarmee ik zelf begonnen ben, en de beste plek om de tipknop te leren gebruiken.

  • Met diagonalen

    Formaat: 9 × 9 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

    De klassieke negen, met de beide diagonalen erbij als gebied. Ook op elke diagonaal moet elk cijfer juist één keer staan — dat is de enige toevoeging, en ze doet meer dan je zou denken. Het middelste vakje ligt op allebei de diagonalen en is daarmee het zwaarst beperkte vakje van het bord. De diagonalen zijn gekleurd én gearceerd, zodat ze ook zonder kleur zichtbaar blijven.

  • Puzzelstukken

    Formaat: 9 × 9 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

    Negen bij negen, maar de negen blokken heb ik zelf getekend: ze grijpen in elkaar als puzzelstukken. Precies één ervan is nog een echt vierkant van drie op drie, midden in het rooster; de acht andere krullen daaromheen. Elk gebied telt negen vakjes, dus de regel blijft dezelfde — alleen moet je nu de dikke lijnen volgen in plaats van je gewoonte.

  • Trapjes

    Formaat: 10 × 10 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0

    Tien bij tien, met tien gebieden die als trapjes door het rooster lopen: elk gebied schuift van rij tot rij één vakje op zij. Boven- en onderaan staan er vier naast elkaar; in het midden liggen er twee dwars over twee rijen. De tekens zijn de cijfers 1 tot 9 en de 0. Reken hier niet op rechte blokken — de dikke lijnen zijn je enige houvast.

  • Trapjes en rechthoeken

    Formaat: 10 × 10 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0

    Tien bij tien, en hier heb ik trapjes en rechthoeken door elkaar gezet. In elke helft van het rooster haken twee paar trapjes in elkaar, met daartussen één recht gebied van twee vakjes breed en vijf hoog. Dat rechte gebied is meestal je beginpunt: het is het enige dat zich netjes aan twee kolommen houdt. De rest lees je vakje per vakje af aan de dikke lijnen.

  • Krullen

    Formaat: 10 × 10 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0

    Tien bij tien, met acht gebieden die als spiralen in elkaar grijpen: twee per hoek, de ene zonder vulling en de andere met, en ze draaien om elkaar heen. In het midden liggen nog twee gewone rechthoeken van vijf breed en twee hoog. Bij deze variant is de vulling het enige verschil tussen twee krullen die naast elkaar liggen; daarom heeft elke vulling ook een arcering, en staat de naam van het gebied bij elk vakje in de tekst. Volg één krul met je vinger en je ziet meteen waarom ik hem zo genoemd heb.

  • Elf tekens

    Formaat: 11 × 11 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 X

    Elf bij elf, en elf tekens: de cijfers 1 tot 9, de 0, en een X als elfde. Elf is een priemgetal, dus in rechthoeken valt het niet te verdelen; ik heb de gebieden daarom in banden gelegd — drie banden van drie rijen, en onderaan één van twee. Binnen een band happen de gebieden in elkaar met een middelste rij die in- en uitspringt. Elk gebied telt elf vakjes, zoals het hoort.

  • Twaalf tekens

    Formaat: 12 × 12 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C

    Twaalf bij twaalf, met de cijfers 1 tot 9 en daarna A, B en C. De blokken zijn rechthoeken van vier breed en drie hoog; er passen er twaalf in. Verder is het gewoon sudoku, alleen duurt het langer: honderdvierenveertig vakjes en zesendertig gebieden. Neem er de tijd voor; ik doe dat ook.

  • Zestien tekens

    Formaat: 16 × 16 Tekens: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 A B C D E F

    Zestien bij zestien: tweehonderdzesenvijftig vakjes, en zestien tekens — 1 tot 9, de 0, en dan A tot F. De blokken zijn gewone vierkanten van vier op vier, dus structureel is dit de klassieke sudoku, uitvergroot. Het lastige is niet de redenering maar het overzicht: je moet zestien tekens tegelijk in je hoofd houden in plaats van negen. Op een telefoon wordt het rooster zo breed als het scherm toelaat; het scherm liggend houden helpt.

Komt nog

Twee roosters staan hier zonder link. Ze bestaan, ik heb ze gemaakt, maar ze zijn nog niet speelbaar — en een link naar een pagina die vastloopt, is erger dan geen link.

  • Honingraat, vijf tekens

    Nog niet speelbaar

    Vijf tekens in zeshoekjes. Wellicht mag ik dit geen SUDOKU meer noemen? Noem het dan een honingraatsel. Het rooster is geen vierkant, en het bord dat ik voor deze site gebouwd heb, kan voorlopig alleen vierkanten tekenen. Dus staat hij hier wel, maar spelen kan je hem nog niet.

  • Honingraat, negen tekens

    Nog niet speelbaar

    Negen tekens in zeshoekjes, met de weggevallen cijfers genoteerd in de vakjes buiten het rooster. Daar zit een probleem dat ik eerst zelf moet oplossen: mijn eigen voorvulling van die buitenvakjes blijkt geen enkele oplossing te hebben. Uitputtend nagerekend, dus het is geen vermoeden. Tot ik weet hoe het wel moet, zet ik er hier liever niets.